VOC Symposium VOC Symposium
Nederlands - VOC Symposium Vereniging Openbaar vervoer Centrumgemeenten English - VOC Symposium Vereniging Openbaar vervoer Centrumgemeenten Deutsch - VOC Symposium Vereniging Openbaar vervoer Centrumgemeenten

Verslag symposium 2014: masterclass openbaar vervoer

Verslag symposium 2014: masterclass openbaar vervoer

Op 10 oktober 2014 vond in het Raadhuis van Dudok het door de VOC en gastgemeente Hilversum georganiseerde symposium “Masterclass openbaar vervoer voor gemeenten” plaats. Het was het vierde jaarcongres van de VOC na de bijeenkomsten in Tilburg, Haarlem en Eindhoven.

Zoals gebruikelijk stond het programma in het teken van verbinding van de wetenschap met de praktijk. De gemeenteverkiezingen in het voorjaar hebben veel nieuwe bestuurders in de colleges en gemeenteraden gebracht. Daarom is er voor gekozen om een introductie te geven in het openbaar vervoer waar het raakt aan de gemeentelijke bevoegdheden, verantwoordelijkheden en doelstellingen. Met de masterclass is een inkijk gegeven in de mogelijkheden voor gemeenten om beleid te voeren dat ten goede komt voor het openbaar vervoer in de steden, maar andersom, ook het openbaar vervoer te kunnen gebruiken om het eigen beleid op de andere gemeentelijke domeinen te versterken.

De volgende sprekers gaven een presentatie: Floris Voorink (gemeente Hilversum), Henk Meurs (Radboud Universiteit Nijmegen), Joost Mortier (Nederlandse Spoorwegen), Tymon de Weger (CROW Fietsberaad), Roeland Pieper (MuConsult), Otto Cazemier (Mobycon), Marcel Sloot en Jurgen de Haan (beide CROW), Jan Jaap van Halem (Ministerie van Infrastructuur en Milieu) en Ed Rentenaar (VOC). Mirjam de Rijk, voormalig wethouder in Utrecht, trad op als dagvoorzitter. Studenten van de Hogeschool Windesheim Flevoland zorgden voor de verslaglegging. In totaal hebben zo’n 75 mensen deelgenomen aan het VOC-symposium.

Een uitgebreid verslag van de dag is hieronder weergegeven. Daarvan is een samenvatting opgemaakt en er is een videoverslag van de dag beschikbaar. Bekijk ook de foto’s.

Voorprogramma
Het symposium werd vooraf gegaan door een presentatie op locatie, georganiseerd door de gemeente Hilversum. Na ontvangst met koffie ging de groep in tweeën uiteen. Maarten Wiegant en Fons Gennisse leidden de twee groepen over de Kerkbrink en omgeving. Centraal stond een dilemma van de gemeente ten aanzien van de herinrichting van het plein. Sinds jaar en dag fungeert de Kerkbrink als doorgaande busroute voor een aantal lijnen richting het centraal station en richting de wijk Kerkelanden. Om het plein aantrekkelijker te maken voor voetgangers en fietsers heeft de gemeente de ambitie om de bussen van de Kerkbrink te weren. In verband met het eenrichtingsverkeer van omliggende straten levert dit geen eenduidige alternatieve route op. Daarbij komt dat de bussen zo dicht mogelijk bij de Kerkbrink moeten kunnen komen, zodat dit gedeelte van de binnenstad goed bereikbaar blijft per openbaar vervoer. Het voorprogramma werd bezocht door ongeveer 25 mensen.

Welkomswoord
Na de opening door dagvoorzitter Mirjam de Rijk stelde ze Floris Voorink in de gelegenheid om de gasten welkom te heten in het Raadhuis van Dudok en te vertellen over zijn ervaringen als wethouder met openbaar vervoer in de portefeuille. Floris Voorink gaf aan dat hij in zijn nog korte periode als wethouder merkt dat ondanks dat het openbaar vervoer wordt geëxploiteerd door vervoersbedrijven en de opdrachtverlening ligt bij de provincie, de gemeente een belangrijke rol heeft. Dat komt onder meer naar voren in de ruimtelijke inrichting en de rol van de gemeente als wegbeheerder. Daarnaast hebben de gemeenten een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het stationsgebied en de aanleg van hoogwaardig openbaar vervoer. Floris Voorink wist de deelnemers daarnaast te boeien met leuke anekdotes, waaronder de situatie tijdens het voorprogramma van het symposium waar een poller dienst weigerde en de bus noodgedwongen achteruit tegen het verkeer in moest rijden.

De toekomstige rol van de gemeente in het openbaar vervoer
Henk Meurs is bijzonder hoogleraar planologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij gaf zijn visie op de ontwikkelingen van het openbaar vervoer en waar de kansen en de uitdagingen liggen. Centraal stond de vraag hoe we als overheden er voor kunnen zorgen dat het openbaar vervoer voldoende kan anticiperen op de vraag uit de maatschappij binnen een veranderende context. Verder gaande verstedelijking zorgt voor toename van de kansen voor het openbaar vervoer. Immers, het openbaar vervoer werkt efficiënt bij hoge dichtheden. Echter, de toename van de schaarste van fossiele brandstoffen vormen een gevaar voor de betaalbaarheid van het openbaar vervoer. Daarnaast zien we innovatieve ontwikkelingen die de manier waarop we ons verplaatsen beïnvloeden en het openbaar vervoer moet daarop inspelen. Daarbuiten zouden we als maatschappij ons de vraag moeten stellen of we mobiliteit zouden moeten willen garanderen voor iedereen: basismobiliteit. Dit laatste is volgens Henk Meurs mogelijk door synergie tussen het openbaar vervoer en het doelgroepenvervoer. Hij noemt als voorbeeld een “tussennet”, een netwerk dat letterlijk tussen het reguliere openbaar vervoer en het doelgroepenvervoer wordt gepositioneerd. Andere punten waar overheden zich volgens hem op moeten richten zijn de multimodale knooppunten. Het gaat daarbij niet alleen om knooppuntonwikkeling zelf, maar ook de verbindingen tússen de knooppunten verdienen extra aandacht. Verder zal meer moeten worden gekeken naar de zware lijnen, een stamlijnennetwerk waar hoge frequenties en hoge snelheid centraal staan. En is het noodzakelijk dat meer ruimte wordt gegeven aan betrokkenheid van het bedrijfsleven bij de vormgeving en faciliteiten rondom het openbaar vervoer. Henk Meurs geeft daarbij enkele praktische voorbeelden uit het buitenland, zoals adoptie van haltes. Andere punten waar zwaarder op moet worden ingezet zijn dynamische reisinformatie over de gehéle reisketen en het nemen van flankerende maatregelen die het openbaarvervoergebruik stimuleren. Henk Meurs wijst op acties en maatregelen die voor een groot deel liggen binnen het gemeentelijke domein: ruimtelijke ordening, sociaal/doelgroepenbeleid, economisch- en duurzaamheidsbeleid, mobiliteitsbeleid en wegbeheer. Kijken we naar de ontwikkeling van het openbaar vervoer en de rol van de gemeente, dan is het overduidelijk dat de steden hier een voorname rol in gaan (moeten) spelen. Sterker nog, we mogen concluderen dat het alleen met de actieve inzet van de lokale overheid lukt om het openbaar vervoer mee te laten bewegen met de eisen van de tijd.

Poortjes en passanten
Joost Mortier is programmadirecteur OV-chipkaart van de Nederlandse Spoorwegen (NS). Hij neemt de deelnemers mee in de plannen voor de poortjes voor de OV-Chipkaart op een aantal stations. Aanleiding voor het plaatsen van poortjes is de aanname dat dit leidt tot de afname van het zwartrijden in de trein. Omdat reizigers zonder plaatsbewijs meer zorgen voor onveiligheid en onveiligheidsgevoel in de trein dan betalende reizigers wil NS de toegang tot stations beter reguleren. In totaal worden 82 stations voorzien van toegangspoortjes, waardoor het overgrote deel van de reizen plaatsvindt binnen het gesloten systeem. Joost Mortier laat een filmpje zien over een reiziger die bij een poortje aankomt en vragen stelt over de werking van het poortje. Na verloop van tijd blijkt de reiziger een acteur te zijn die alle mogelijke problemen opsomt waar NS mee te maken heeft bij het plaatsen, het beheer en de exploitatie van de poortjes op de stations. Het is voor de deelnemers een leuke manier om in korte tijd inzicht te krijgen in de complexiteit van de materie. Joost Mortier toont zich bewust van het feit dat de vrije toegang van stations met de plaatsing van de poortjes verdwijnt en dit bij een aantal gemeenten tot discussie leidt. Het gaat om de stations met een doorgaande route voor mensen die het station gebruiken om bijvoorbeeld van het centrum naar de achterliggende wijk te lopen. Ook stations met meerdere vervoerders en stations met een monumentale status vragen extra aandacht bij het plaatsen en in werking stellen van de poortjes. Deelnemers uit de zaal uiten vragen over het proces en de manier waarop gemeenten soms zijn geconfronteerd met de plaatsing van de poortjes. Joost Mortier weet te vertellen dat het om een tiental gemeenten gaat waar de poortjes zorgen voor problemen. Hij zegt toe dat NS een zorgvuldig proces doorloopt en samen met de gemeente op zoek gaat naar een lokaal gedragen oplossing. Joost Mortier drukt de aanwezigen op het hart dat er geen station wordt afgesloten zonder dat er lokaal maatwerk is geleverd.

Tijdens de presentatie en discussie is duidelijk dat weliswaar de stations eigendom zijn van de spoorwegen, maar het voor gemeenten één van de belangrijke toegangspoorten is tot de stad. Maar daarbuiten neemt het station steeds minder alleen een plek in waar een treinreis begint. Stations vormen zoals eerder genoemd loopverbindingen binnen de stad, overstapplek voor ander openbaar vervoer of de fiets, maar vervullen met het uitbreidende winkelaanbod ook steeds meer een publieke functie voor de directe omgeving. Het is daarom goed dat NS en de gemeenten samen op zoek gaan naar een goede manier om de toegankelijkheid van de stations te kunnen waarborgen zonder dat dit ten koste gaat van de doelstellingen voor de sociale veiligheid in de trein.

Duurzaamheid en openbaar vervoer
Marcel Sloot en Jurgen de Haan zijn werkzaam bij Kennisplatform CROW en leiden de workshop over duurzaamheid en openbaar vervoer. Tijdens de presentatie wordt ingegaan op de benadering van duurzaamheid vanuit mondiaal en lokaal perspectief. Waar de begrippen “welvaart, economie en milieu” het globaal evenwicht bepalen wordt het lokale evenwicht in duurzame mobiliteit bepaald door de begrippen “bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid” en geldt een kortere termijn waarbinnen doelen gerealiseerd kunnen worden. Duurzame doelen die we tegenkomen op lokaal niveau zijn verbetering van de luchtkwaliteit, vermindering van de CO 2 -uitstoot, lager energieverbruik, minder geluidsproductie, betere bereikbaarheid, verbeterde veiligheid en een betere gezondheid. Een duurzaam mobiliteitssysteem wordt in het huidige lokale beleid ingevuld door de eisen aan de uitstoot van (auto)bussen, plaatsen van laadpalen, voorzien in deelauto’s, het inrichten van P&R- en carpoolplaatsen, maar is in grote mate afhankelijk van gedrag. Eén van de middelen om de mobiliteit te verduurzamen is inzetten op openbaar vervoer. Het “dashboard duurzame en slimme mobiliteit” van Kennisplatform CROW maakt het mogelijk om steden te vergelijken op punten als snelheid van het openbaar vervoer, de afstand tot het dichtstbijzijnd treinstation en bushalte en de frequentie van het busvervoer. De gemeenten die lid zijn van de VOC behoren allen tot de best scorende helft van alle vierhonderd gemeenten op het gebied van duurzaamheid. Marcel Sloot en Jurgen de haan zijn van mening dat er veel gebeurt op het gebied van duurzaamheid en er ondertussen al veel resultaat wordt behaald. Zo is de uitstoot van voertuigen ondertussen aantoonbaar gedaald en is het met de huidige technologie al bijna mogelijk om CO 2 -neutraal te reizen. Een belangrijk dilemma in de vergelijking in duurzaamheid tussen auto’s en bussen is de bezettingsgraad. Immers, een bus met een paar passagiers is in de praktijk niet zo duurzaam. De deelnemers aan de sessie worden na de presentatie gevraagd om zelf na te denken over hoe in een gemeente het bussysteem effectiever kan worden en daarbij te kijken naar doel, middel en oplossingen. De brainstorm leverde de volgende resultaten op: buslijnen vaker in de spits laten rijden dan in de daluren; campagne starten om de buslijnen beter op de kaart te zetten; mensen motiveren om met een de bus te reizen en meer te werken met bussen op afroep (belbus). In de andere sessie werd de groep gevraagd na te denken over hoe het openbaar busvervoer in 2025 emissieloos kan worden. Daarbij zijn de volgende ideeën naar boven gekomen: een slimmere manier van businesscases voor het openbaar vervoer door integratie met andere beleidsdoelen; inzet van bussen via een magneetsysteem; het gebruik maken van de bovenleiding van de trams; gebruik van zonne-energie en het optimaliseren van de bezettingsgraad.

Integratie doelgroepenvervoer en openbaar vervoer
De workshop wordt geleid door Roeland Pieper (MuConsult) en Otto Cazemier (Mobycon). Door de bezuinigingen komt het openbaar vervoer onder druk te staan. De vraag is hoe we er voor kunnen zorgen dat het openbaar vervoer op peil blijft en welke rol gemeenten daarin kunnen spelen. Door de decentralisaties in het sociale domein en de bezuinigingen staat het doelgroepenvervoer onder druk. Het doelgroepenvervoer is een vrij dure vorm van vervoer, omdat het in de praktijk vaak functioneert als individueel taxivervoer. Er valt veel te besparen wanneer een deel van de gebruikers van het doelgroepenvervoer gaat reizen met het openbaar vervoer. Tot nu toe is de integratie van doelgroepenvervoer en openbaar vervoer moeizaam verlopen. Gemeenten en vervoersbedrijven weten elkaar nog niet goed te vinden. Beide opereren binnen een verschillende context en hebben niet altijd dezelfde doelstellingen. Hoe kunnen wij ervoor dat meer gebruikers van het doelgroepenvervoer gaan reizen met het openbaar vervoer? De deelnemers gaan in beide sessies in twee groepen uiteen om de problematiek vanuit de inhoud te bekijken en de problematiek procesmatig te benaderen. Het is wenselijk dat gemeenten een rol moeten hebben bij de vormgeving van het regionale vervoer, zodat de synergie tussen het doelgroepenvervoer en het openbaar vervoer beter tot stand kan komen. Daarbij is naast die van de provincie en vervoerders ook betrokkenheid van andere partijen nodig: scholen, ziekenhuizen, zorginstellingen, gebruikers belangengroeperingen en vrijwilligers. Daarbij staat voorop dat de partijen zoeken naar de gemene deler en gezamenlijke doelstellingen formuleren. Op deze manier krijgen we meer inzicht in hoe de samenwerking tussen alle partijen zo kan worden vormgegeven dat we tot een betere integratie van het doelgroepenvervoer met het openbaar vervoer kunnen komen. Dit levert waardevolle informatie op om gemeenten en de andere partijen te kunnen voorzien in een advies om efficiëntie door te voeren in de samenwerking op het gebied van het doelgroepenvervoer en de integratie met het openbaar vervoer. De groep die de problematiek vanuit de inhoud bekijkt constateert dat gemeenten regionaal moeten samenwerken omdat de vervoersbewegingen van mensen zich uitstrekken tot buiten de gemeentegrens. De onderdelen waarop kan worden samengewerkt worden tijdens de workshop gevisualiseerd met behulp van het ‘huis’. Daarbij wordt geconcludeerd dat de overstap vanuit het doelgroepenvervoer naar het openbaar vervoer is te bevorderen wanneer gemeenten verschillende maatregelen integraal inzetten. Gemeenten zouden bijvoorbeeld bij de indicatiestelling al rekening kunnen houden met de beschikbaarheid van het openbaar vervoer. Verder kunnen gemeenten overwegen om een al dan niet een dwingend reisadvies te geven wanneer voor een specifieke reis het openbaar vervoer een goed alternatief vormt.

Aansturing van het openbaar vervoer
Jan Jaap van Halem is werkzaam bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en neemt de deelnemers mee in het nieuwe model van samenwerking en besluitvorming in de aansturing van het openbaar vervoer. Er waren verschillende redenen om tot een nieuwe, duidelijke overlegstructuur te komen voor het hele land. Bij verschillende partijen (overheden, vervoerders, belangengroeperingen) heerste er onvrede over het besluitvormingsproces over punten waar verschillende partijen bij betrokken zijn. Niet iedereen bleek goed vertegenwoordigd en op de hoogte te zijn van elkaars problematiek. Daarom is gestart met landsdelige overlegtafels waar de opdracht gevende decentrale overheden, het ministerie, vervoerders en gemeenten eens in het halfjaar om tafel zitten om in overleg te treden over problematiek en wensen over OV-onderwerpen die spelen in een regio. Het gaat hierbij zowel om informatie-uitwisseling als om concreet zoeken naar oplossingen en naar gemeenschappelijke beleidsvorming. De secretarisrol van de landsdelige tafels ligt bij de provincies, evenals het voorzitterschap. De voorzitters komen vervolgens twee keer bijeen in een landelijke overlegtafel waar ook de staatssecretaris aanschuift. Het concept van de OV/Spoortafels is onlangs gestart en moet zijn waarde nog bewijzen. Volgens Jan Jaap van Halem zijn deze sessies met mensen werkzaam in het openbaar vervoer en vertegenwoordigers van gemeenten van groot belang om de inrichting van de overlegtafels beter vorm te kunnen geven. De OV/Spoortafels zijn een mooi voorbeeld van samenwerking tussen verschillende partijen in de sector op zowel regionaal als landelijk niveau, waar ook de gemeente een prominente rol heeft. Omdat in de landelijke OV/Spoortafel nog geen vertegenwoordiger van de gemeenten aan tafel zit zal de VOC er bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu op aandringen om ook een plek voor de VNG te reserveren. Op die manier kan niet alleen de gedeelde wens en problematiek van gemeenten op tafel worden gelegd, de gemeentelijke achterban kan zo via de koepel de besprekingen op de landelijke tafel volgen.

Fietsparkeren op stations
Het wordt steeds drukker rondom de stations met gestalde fietsen. Tymon de Weger is voorzitter van het CROW Fietsberaad en geeft een uiteenzetting over de problematiek met het fietsparkeren op de stations. Het aantal fietsenstallingen op stations is niet voldoende en we zien overal capaciteitstekorten. Dit heeft uiteraard negatieve gevolgen voor de treinreiziger die met de fiets naar het station wil komen, maar ook voor NS en de exploitanten van voorzieningen in en rondom de stations. Ook gemeenten merken dit in de handhavingskosten en het beeld van een fietsenchaos is niet aantrekkelijk als entree van de stad. Er is dus een noodzaak voor goede fietsparkeervoorzieningen op stations. Zaken die de handhaving en het beheer lastig maken zijn onder meer de beperkte bereidheid om te betalen voor het stallen van de fiets, het gevoel dat je overal je fiets zou mogen neerzetten en de lage waarde die sommige mensen geven aan hun fiets, deze niet meer gebruiken en we te maken krijgen met weesfietsen. Ook maakt de toename van het aantal fietsen die niet (goed) passen in de standaardklemmen het probleem groter: tandems, bakfietsen, fietsen met extra brede banden en fietsen met een krat.

Er zijn verschillende partijen die een bijdrage leveren aan de oplossing, maar volgens Tymon de Weger ontbreekt het aan één organisatie die zich hier uiteindelijk verantwoordelijk voor voelt. Verantwoordelijke organisaties zijn de gemeenten, de vervoerders en de Rijksoverheid via ProRail. Het lukt niet om het aanbod van stallingen voldoende mee te laten groeien met de vraag. Oorzaken zijn geldtekort en ruimtegebrek. Daarbij speelt ook het waarborgen van de kwaliteit van de openbare ruimte en het moeilijk kunnen sturen van fietsers naar de juiste plek. Immers, fietsers willen hun fiets zo dicht mogelijk bij de vertrekkende trein neerzetten. We zitten op dit moment in een vicieuze cirkel en hebben verantwoordelijkheid en deskundigheid nodig om deze te doorbreken. Een ander belangrijke verandering die nodig is, is dat de vervoerder (in de meeste gevallen NS) meer gaat bijdragen aan de bouw, exploitatie en het beheer van de fietsparkeervoorzieningen op de stations. Er lopen op het moment al pilots met andere manieren van organisatie en financiering: Helmond, Utrecht Centraal en Amsterdam Amstel. Om het probleem met het fietsparkeren op de stations op te lossen zou volgens het Fietsberaad de regie in handen moeten komen van de gemeente, die de middelen beheert, bevoegdheden krijgt en het integrale businessplan opstelt. Daarnaast moet worden gekomen tot een gelijke verdeling van de kosten voor het fietsparkeren: een deel voor de gemeente, een deel voor de vervoerder en een deel voor de Rijksoverheid. Daarbij zullen ook de opbrengsten voor het fietsparkeren gelijkelijk moeten worden verdeeld. Per station is maatwerk nodig en de wens van de klant (de fietser en treinreiziger) moet voorop staan. Een landelijk kenniscentrum zou dit veranderingsproces volgens Tymon de Weger moeten ondersteunen door middel van pilots, ict-ondersteuning, kengetallen en marketing.

Afsluiting
Mirjam de Rijk introduceert ter afsluiting van de bijeenkomst Ed Rentenaar. Hij is wethouder mobiliteit in Lelystad en is daarnaast deze ochtend formeel door het Algemeen Bestuur van de VOC tot voorzitter van de VOC benoemd. Ed Rentenaar is nieuw in de politieke arena maar heeft jarenlange ervaring in de gemeentelijke projectwereld binnen de ruimtelijke ordening, dus weet goed hoe gemeenten van binnen werken en hoe gemeenten in de praktijk samenwerken met andere partijen om zaken voor elkaar te krijgen. Ed Rentenaar geeft aan veel waarde te hechten aan samenwerking en vertelt dat alleen als je bereid bent je aan te passen aan je omgeving, je als organisatie succesvol kunt opereren in een complexe wereld. Daarbij spelen innovatie en communicatie een cruciale rol. Hij kijkt terug op een geslaagde bijeenkomst waar uit is gebleken dat het openbaar vervoer en de lokale overheid niet los van elkaar zijn te zien. De steden hebben goed openbaar vervoer nodig om goed te kunnen functioneren en andersom is het openbaar vervoer afhankelijk van de gemeenten om goed te kunnen functioneren. Dat hebben we volgens Ed Rentenaar goed kunnen zien tijdens de tijdens de workshops. Voor het oplossen van het fietsparkeerprobleem op de stations, het halen van de luchtkwaliteit- en klimaatdoelstellingen, voor de beleidsmatige aansturing en voor de integratie van het openbaar vervoer met het doelgroepenvervoer zijn we op elkaar aangewezen. Maar we moeten als gemeenten ook goed kijken naar samenwerking binnen onze eigen gemeentelijke organisatie en samenwerking met andere gemeenten. Op basis van wat plenair aan de orde is gekomen mogen we concluderen dat de focus van de steden op het openbaar vervoer steeds belangrijker wordt. Gemeenten en openbaar vervoer hebben volgens de voorzitter van de VOC elkaar nodig, nu en in de toekomst. Mirjam de Rijk bedankt de deelnemers, de organisatie en de bezoekers en nodigt iedereen uit om na te praten tijdens de borrel. Om een uur of zes wordt de dag afgesloten.

PDF downloadenPDF bijlage: 1467191848voc-symposium-2014.pdf

Verslag symposium 2014: masterclass openbaar vervoer
Verslag symposium 2014: masterclass openbaar vervoer
Verslag symposium 2014: masterclass openbaar vervoer

Het VOC Symposium wordt mogelijk gemaakt door:

Gemeente Doetinchem - VOC Symposium Vereniging Openbaar vervoer Centrumgemeenten
VOC - VOC Symposium Vereniging Openbaar vervoer Centrumgemeenten